Biografie


In 1939 werd ik als jongste van acht kinderen geboren in een groot huis, midden tussen uitgestrekte weilanden, boerderijen, slootjes en plassen. Het huis hoorde bij de school waar mijn vader directeur was. Dat heette toen nog heel ouderwets 'bovenmeester', want het is al lang geleden.
      Toen ik een jaar oud was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Ik was op dat moment te klein om daar iets van te beseffen, maar hoe groter ik werd, hoe meer ik merkte van de angst in mijn omgeving. Angst voor vliegtuigen die met veel lawaai bommen gooiden op de stad, niet ver bij ons vandaan. Angst voor Duitse soldaten die op grote laarzen langstrokken op zoek naar fietsen en radio’s, en naar onderduikers. Over die onderduikers werd af en toe geheimzinnig gefluisterd. Joodse mensen waren het, of leden van het verzet, die zich schuilhielden bij de boeren en die opgepakt dreigden te worden of doodgeschoten. Het waren mensen die ik niet kende, want onderduikers zag je niet. Die zaten verstopt.
      Ik begreep er niet veel van, maar ik voelde de angst en de onrust, en ik wist dat de wereld niet veilig was. Zelfs niet die prachtige groene wereld om mij heen, met de wilgen en de koeien en de roerdomp die je soms heel in de verte kon horen.    

     ‘Mijn oorlog’ leek niet op wat zich in die tijd verder in Europa afspeelde, en ook niet op wat voor verschrikkelijks er op veel plaatsen nog steeds gebeurt. Er is geen bom op ons huis gevallen, er is niemand van mijn familie omgekomen of gearresteerd. Er was weinig te eten, maar ik kreeg cadeautjes op mijn verjaardag, ik speelde buiten, ik schaatste op de slootjes, ik liep ’s zomers in het weiland om de koeien van de buurman op te drijven voor het melken, en ik ontdekte de grootste schat van mijn leven: boeken!  
      Toen ik vijf jaar was, las ik als een tierelier. Mijn moeder had mij eindeloos voorgelezen en verhalen verteld, maar mijn zes grote zussen en mijn ene grote broer hadden mij letters en woorden geleerd en ‘zelf lezen’ vond ik het enige echte. Boek na boek sleepte ik uit de kast en of ik het begreep of niet, ik las het uit. Er stonden bijna geen illustraties in, maar dat kon me niet schelen. Hoe de wereld in het boek eruitzag, bedacht ik zelf wel. Het was in elk geval anders dan de wereld van bommen, soldaten, onderduikers en het hongergevoel in je buik. 
       Ik las in een hoekje van de kamer. Of buiten onder mijn lievelingsboom. En natuurlijk ’s avonds in bed. Ik las om de akelige dingen om me heen te vergeten.
Dat is misschien wel niet zo’n goede reden, maar eigenlijk maakt het niet uit. Voor lezen is geen prettige en ook geen onprettige reden nodig. Lezen is gewoon fantastisch! Ik ben het dan ook mijn hele leven blijven doen. Ik lees boek na boek na boek, of ik bang, verdrietig of juist heel gelukkig ben.
 




Hoe mijn leven er verder uitziet, vertel ik hieronder in het kort. 
Geboren: op 9 juli 1939 in Bodegraven.

Scholen en studie: Lagere school, gymnasium, muziekschool.

Werk: Tijdens mijn studie werkte ik part-time als doktersassistente, secretaresse, test-assistente, verkoopster in een warenhuis en nog een paar hele kleine baantjes.
In 1966 ging ik bij de VARA werken. Eerst op de muziekafdeling van de radio en daarna bij de filmafdeling. Ik koos in het buitenland films uit die hier op televisie werden uitgezonden. Speelfilms, documentaires, allerlei series en ook kinderfilms. Veel van die documentaires en kinderfilms vertaalde ik zelf in het Nederlands en zo kwam ik op het idee om ook eens iets te gaan schrijven. Geen filmverhaal! Boeken natuurlijk, want daar konden er niet genoeg van zijn, vond ik. Het werden kinderboeken.
Mijn eerste boek NOG HONDERD NACHTJES SLAPEN kwam uit in 1984. Vanaf die tijd schrijf en vertaal ik boeken, verhalen en liedjes. Ook vertaal ik nog steeds kinderfilms en series b.v. gedeelten van Sesamstraat en de GVR.
Voor de NRC heb ik een tijdlang kleine columns geschreven over kinderen en grote mensen en alles wat mij verder inviel.
 

Thuis: Ik woon in ’s-Graveland in een heel oud huis, samen met mijn man.Toen ik met hem trouwde, had hij al kinderen en nu heb ik ook een paar 'stief' kleinkinderen. 
Ik speel cello en ik loop elke dag in het bos.
Bijzonderheden: Mijn grootmoeder heette Gretchen Grimm. De hele familie zegt altijd dat wij afstammen van de gebroeders Grimm van de sprookjes. Ik geloof er niks van, maar het klinkt wel goed. In elk geval lees ik die sprookjes nog altijd heel graag en verder waren vroeger mijn lievelingsboeken ‘Alleen op de wereld’ en ‘Lijsje Lorresnor’.

 







NOG VRAGEN?
Je kunt
mij rechtstreeks mailen via de contactpagina als je nog iets wilt weten over Griekse mythologie, of als je andere vragen hebt. En natuurlijk ook als je wilt vertellen wat je van mijn boeken vindt, of waarover je nog wel eens een boek van mij zou willen lezen.